Belang, belanghebbende en relativiteit in bestuursrecht en privaatrecht: eenheid en verschil, in het bijzonder bij milieubelangen
Loading...
Date
Authors
Wiggers-Rust, L.F. Lidy
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Den Haag : Boom Juridische Uitgevers
Abstract
Als een burger in het bestuursrecht toegang wil krijgen tot de rechter geldt daarvoor een aantal criteria. Deze zijn ook te vinden in het privaatrecht, maar daar gaat het vooral om de inhoudelijke beoordeling van vorderingen. Als betrokkene geen persoonlijk belang heeft leidt dat in het bestuursrecht tot niet-ontvankelijkheid. In het privaatrecht kan dat reden zijn voor afwijzing van de vordering. Dat blijkt uit rechtsvergelijkend onderzoek van mr. Lidy Wiggers-Rust.
In het privaatrecht wordt bij de beoordeling van vorderingen tot schadevergoeding sinds het begin van de twintigste eeuw gewerkt met het relativiteitsvereiste. Dat is bedoeld om aansprakelijkheid te beperken. De regering wil het relativiteitsvereiste - na experimentele opname dit jaar in de Crisis- en herstelwet - nu ook opnemen in het bestuursprocesrecht. Daar zou dat betekenen dat - ook al wordt iemand door een overheidsbesluit (bijvoorbeeld tot CO2-opslag in de grond) rechtstreeks in zijn belang geraakt - die persoon zich niet meer kan beroepen op de ongeldigheid van dat besluit op grond van rechtsregels of beginselen die wel zijn geschonden maar niet strekken tot bescherming van zijn belangen.
Wiggers-Rust plaatst vraagtekens bij de toereikendheid van de motieven die de overheid daarvoor aanvoert. Ook is het de vraag of deze aanpassing niet wringt met Europees en internationaal recht, zeker als het gaat om milieubescherming. Daarbij kan het voor zowel de bestuursrechter als partijen een grote extra belasting vormen. Het relativiteitsvereiste is ook niet nodig voor de oplossing van geconstateerde problemen, meent Lidy Wiggers-Rust. Zij doet in haar proefschrift alternatieve suggesties, naast voorstellen tot harmonisatie van bestuurs- en privaatrecht.
